Voortgezet onderwijs

1. Collège

Dit is de onderbouw van het voortgezet onderwijs, die duurt in Frankrijk 4 jaar. Het Nederlandstalige onderwijs bedraagt 6 uur per week: 4 uur Nederlandse taal- en letterkunde, 2 uur aardrijkskunde en geschiedenis. Alle andere vakken worden in het Frans gegeven. Voor aardrijkskunde en geschiedenis zijn er wekelijks ook nog twee extra lesuren gegeven door een Franse leerkracht.

Nederlandse Taal en Letterkunde

In 6ième gaat men verder met de methode Taal Actief. In 5ième wordt gestart met de methode “Frappant” (Pelckmans). Vanaf Quatrième werken we toe naar het Brevet op het einde van Troisième, en gebruiken we de methode “Frappant” verder. Deze methode is sterk opgebouwd en zeer gevarieerd. De leerling werkt vanuit het werkboek, dat een soort werkschrift is. Het Bronnenboek bevat actuele teksten, het Vademecum de theorie. Er is veel beeldmateriaal via het internet en op dvd, audio op cd. Elke leerling heeft een eigen account met extraoefeningen. Bij elk hoofdstuk is er ook een deel Begeleid Zelfstandig Leren: de leerling kan zelf aan de slag met bijkomende oefeningen.

In Quatrième werken we met onze leerlingen aan de volgende onderwerpen: aanpak van een zakelijke tekst, spelling poëzie, en verschillende verbanden (chronologisch, vergelijkend, oorzaak-gevolg en beschrijvend) en het leren combineren van de verschillende verbanden.

In Troisième werken we aan persoonsbeschrijving en verschillende teksttypes en tekstsoorten, lees- en woordenschatstrategieën, standpunten en argumenten, spelling, samenvatting, …

Tijdens de Collègejaren werken we ook aan verschillende vormen van spreekoefeningen. Er moeten vier jeugdboeken gelezen worden tijdens elk Collègejaar met bijbehorende boekbespreking.

Geschiedenis-aardrijkskunde

Voor geschiedenis gebruiken we de methoden Memo en Sfinx, voor Aardrijkskunde Wereldwijs. De uitdaging bij het vak geschiedenis en aardrijkskunde is het aanbieden van interessante Nederlandstalige leermaterialen voor de onderwerpen uit het Franse programma. Op het Franse programma staat de geschiedenis van de prehistorie tot heden, met de Franse leerkrachten geschiedenis en aardrijkskunde wordt bepaald welke onderwerpen in het Nederlands en welke onderwerpen in het Frans worden behandeld. Bij aardrijkskunde gaat het om zaken als duurzame ontwikkeling, arm en rijk, demografische groei, wereldvoedselvoorziening en bestudering van territoria van de (geglobaliseerde) wereld. Bij “Education Morale et Civique” (Maatschappijleer) worden humanistische waarden onderwezen. Er is tevens aandacht voor het functioneren van de democratie, rechtspraak en media.

Brevet

Als afsluiting van het Collège wordt examen gedaan voor het “Brevet du Collège”. Het Brevet is een tussentijds diploma waar de leerling bewijst de leerstof voldoende te beheersen om over te kunnen gaan naar het Lycée. De leerlingen van de internationale afdelingen leggen examen af voor het “Brevet à Option Internationale”. De door de afdeling onderwezen vakken worden voor dit examen mondeling getoetst.

2. Lycée

Dit is de bovenbouw van het voortgezet onderwijs, die duurt 3 jaar. Het Nederlandstalige onderwijs bedraagt ook hier 6 uur per week: 4 uur Nederlandse taal- en letterkunde, 2 uur aardrijkskunde en geschiedenis.

Nederlandse Taal en Letterkunde

Vanaf Seconde werken we toe naar het eindexamen Nederlands in Terminale. Het programma ter voorbereiding op het examen volgt in deze grote leerlijnen: literatuurgeschiedenis, literaire tekstsoorten, verhaalanalyse, analyse van poëzie, analyse van zakelijke teksten en taalzorg.

De methode die we gebruiken in het seconde is Frappant, Pelckmans. Die vormt een voortzetting van de methode waarmee we beginnen in het Collège. In Première en Terminale gebruiken we “Textuur 1” voor de analyse van zakelijke teksten, spelling, grammatica en taal- en stijlfouten. We gebruiken Dautzenberg Literatuur voor de literatuurgeschiedenis en het leesdossier. De lessen worden verder aangevuld met eigen materiaal.

De leerlingen lezen in Seconde 5 romans, 6 in Première rond 1 zelfgekozen thema en 6 in Terminale van 1 of 2 zelfgekozen auteurs.

Geschiedenis‐aardrijkskunde

Voor geschiedenis wordt gebruik gemaakt van de methoden Sprekend Verleden en Feniks, voor aardrijkskunde van Wereldwijs en De Geo. In de bovenbouw wordt in grote lijnen het collègeprogramma herhaald, ook al worden hier en daar de accenten anders gelegd. Zo komt in Terminale de geschiedenis van België en Nederland na 1945 uitgebreid aan bod. Net als op het collège worden er wekelijks twee lesuren aardrijkskunde en geschiedenis in het Frans gegeven door een Franse leerkracht en twee uren in het Nederlands.

Eindexamen

De middelbare schooltijd wordt afgesloten met het “Baccalauréat à l’Option Internationale” (BOI). Er wordt dan niet alleen examen afgelegd voor de vakken van het gekozen pakket, maar ook voor Nederlandse taal- en letterkunde en geschiedenis-aardrijkskunde in het Nederlands. De examenonderdelen voor Nederlands zijn: taal- en letterkunde, schriftelijk en mondeling, geschiedenisaardrijkskunde, schriftelijk en mondeling. Tijdens het mondeling is een gecommitteerde van de Vlaamse inspectie aanwezig. De Nederlandse inspectie reikt voor de Nederlandstalige vakken een verklaring uit van gelijkstelling met het VWO-diploma. Voor de toelating tot de Vlaamse universiteiten en hogescholen organiseert de afdeling een examen om het “Certificaat Nederlands als Vreemde Taal” te behalen.

Resultaten

Sinds het ontstaan van het BOI – ruim dertig jaar geleden – behaalden alle leerlingen uit de Afdeling Nederlands die zich voor dit examen inschreven dit diploma. Leerlingen die naar Nederland of België verhuizen of na het eindexamen daar verder studeren ondervinden geen problemen wat betreft taalvaardigheid.

De resultaten van het Nederlandstalige onderwijs worden opgenomen in het Franse schoolrapport, dat drie keer per jaar naar het huisadres van de leerling wordt gestuurd en online (PRONOTE) beschikbaar is.

Groepen

De lessen worden gegeven in groepen die variëren van 2 tot 10 leerlingen, gegroepeerd naar leerjaar volgens het Franse systeem. Het beleid van de sectie (aangemoedigd door de Nederlandse Inspectie) is erop gericht leerlingen als het enigszins kan binnen het moedertaalonderwijs te plaatsen en daar te houden. Leerlingen krijgen onderricht in Nederlands en de Aardrijkskunde en Geschiedenis.

Voor verdere informatie, zie: Schoolplan ALNVNT 2016-2020-revisie 2017 (Feb2018) (1) (pdf)