|
DE ORGANISATIE VAN DE NEDERLANDSE
SECTIE
De lessen worden gegeven in groepen
die variëren van 2 tot 8 leerlingen, gegroepeerd naar leerjaar volgens
het Franse systeem. Het beleid van de sectie (aangemoedigd door de
Nederlandse Inspectie) is erop gericht leerlingen als het enigszins kan
binnen het moedertaal onderwijs te plaatsen en daar te houden.
Leerlingen krijgen onderricht in Nederlands en de Aardrijkskunde en
Geschiedenis van Nederland en België. Er zijn situaties waar het voor
een leerling niet mogelijk is om moedertaalonderwijs te kunnen volgen.
Deze leerlingen kunnen Nederlands als Langue Vivante leerlingen volgen.
Nederlands als Langue Vivante valt buiten het reguliere systeem, hetgeen
betekent dat leerlingen buiten het gewone rooster leskrijgen en
verschillende leerjaren worden geclusterd waar mogelijk.
|
VORDERINGEN VAN DE LEERLINGEN
We hanteren verschillende middelen
zodat de kwaliteit van het onderwijs verankerd blijft in de dagelijkse
praktijk en verbeteringen mogelijk blijven:
o bespreking van toetsen en schoolrapporten ( twee maal per jaar
georganiseerde oudercontacten). De resultaten van het Nederlandse
onderwijs worden meegenomen in het Franse schoolrapport, wat enkele
keren per jaar naar het huisadres van de leerling wordt gestuurd;
o leerling besprekingen;
o jaarlijkse evaluatievergadering met het team;
o regelmatig bijstellen van het schoolplan
|
PRIORITEITEN
In de komende schooljaren krijgen de
volgende punten bijzondere aandacht:
o De toepassing van een zelfstandiger werkwijze zoals voorgestaan door
de basis-vorming in de onderbouw en het “studiehuis- systeem” in de
hogere leerjaren. Dit is een andere en complementaire benadering dan de
gangbare binnen het Franse onderwijs (dat een zwaardere nadruk legt op
het verwerven van feitenkennis). In dit kader dienen ook gezien te
worden:
o De uitbreiding van het gebruik van computers en met name het internet;
o Een grotere nadruk op de uitbreiding van de woordenschat;
o Meer aandacht voor de Nederlandse en Vlaamse cultuur;
o Individuele aandacht voor zwakkere leerlingen
|
RESULTATEN VAN HET ONDERWIJS
Sinds het ontstaan van het BOI
behaalden alle leerlingen uit de Nederlandse sectie die zich voor dit
examen inschreven dit diploma. Leerlingen die naar Nederland of België
verhuizen of na het eindexamen daar verder studeren ondervinden geen
problemen wat betreft taalvaardigheid.
Dit jaar waren geen zittenblijvers en geen kinderen die versneld zijn
doorgegaan.
|
VERVOLGOPLEIDINGEN IN NEDERLAND OF BELGIE
Leerlingen die na het lycée graag in
Nederland of België een (universitaire)vervolgopleiding willen volgen
kunnen dit in principe doen. Met name voor exacte vakken en studies
zoals medicijnen is het evenwel aan te raden ruim van te voren
inlichtingen in te winnen bij de universiteit omtrent de
toelatingscriteria. De sectie heeft ook contact met een (Nederlandse)
dekaan die leerlingen hierin kan adviseren. Zij is eveneens beschikbaar
om leerlingen te ondersteunen in beroepskeuzes in het algemeen. Voorts
is zij goed op de hoogte van bijv. de regelingen betreffende
studiefinanciering en data van Open Dagen op de verschillende
universiteiten.
De Nederlandse sectie is bezig contact te leggen met een soortgelijk
persoon die deze rol kan vervullen voor Vlaamse leerlingen.
Zie ook "Het Franse
Voortgezet onderwijs"
|