Lagere school


Voor de Nederlandse en Vlaamse kinderen die (grotendeels) in Frankrijk wonen en daar ook basisonderwijs volgen, biedt de Nederlandse sectie, afhankelijk van het leerjaar, op dinsdag-woensdag- of donderdagnamiddag enkele uren Nederlandse les. De dinsdagnamiddag is gereserveerd voor kinderen van 7 t/m 11 jaar (CE1 t/m CM2 in de Franse school). Deze kinderen krijgen vrijstelling om op deze namiddag moedertaalonderwijs te volgen.

Voor alle leerlingen in het kleuter- en basisonderwijs is het erg belangrijk dat ouders bijdragen door met ze te lezen of voor te lezen en de kinderen te helpen bij het huiswerk. De ervaring leert dat kinderen periodes kennen dat de motivatie voor het Nederlands onderwijs minder is omdat het een extra inspanning van ze vraagt waarvan ze weten dat die niet wordt gevraagd van de ‘gewone’ Franse kinderen. Dit probleem kan worden geminimaliseerd als het onderwijs thuis goed wordt ondersteund.
De leerlingen die op dinsdagnamiddag in Ferney taalonderwijs ontvangen, zitten bijna allemaal op een Franse lagere school, in groep CE1 t/m CM2. Deze lessen vinden plaats tijdens Franse schooluren. De kinderen krijgen hiervoor ontheffing van de Franse inspectie. Voor leerlingen in Moyenne en Grande section van de Maternelle (kleuterschool) en CP (groep 3) zijn de Nederlandse lessen extra; leerlingen van de Maternelle (kleuterschool) zijn nog niet officieel leerplichtig en komen op de donderdagnamiddag of op woensdag-ochtend, CP-leerlingen hebben op hun vrije woensdagnamiddag les. De reden hiervoor is dat de Franse onderwijsinspectie voor CP-leerlingen geen
toestemming geeft tijdens schooluren onderwijs in de moedertaal te volgen. (Voor een overzicht van lessen en een vergelijking van klassen/niveaus in Frankrijk, Nederland en België, zie blz 20).
De lessen worden gegeven in groepen die variëren in grootte van 4 tot 15 leerlingen. De leerlingen worden gegroepeerd naar leeftijd. In de praktijk komt dit neer op een enkele combinatieklas van twee leerjaren.


CP (Groep 3)

Alle CP leerlingen zijn in één groep geplaatst op de woensdagnamiddag in Ferney-Voltaire. Het hoofddoel in dit leerjaar is het verwerven van de basisvaardigheden lezen en schrijven in de Nederlandse taal. Leerlingen wordt gevraagd iedere week zelf een boekje te lezen. Er wordt ook ruim plaatsgemaakt voor algemene taal- en woordenschatontwikkeling. Tijdens dit jaar is het de bedoeling dat de kinderen voldoende vaardigheden ontwikkelen om de volgende leerjaren ook zelfstandig te werken. Leerlingen krijgen iedere week huiswerk mee. Het lesprogramma van dit leerjaar (groep 3 in Nederland, eerste leerjaar in Belgie) wordt voortgezet in CE1. Het is van groot belang dat de leerlingen de basisvaardigheden die in dit leerjaar aan bod komen goed onder de knie hebben.


CE1 t/m CM2 (Groep 4 t/m 7)

Met behulp van allerlei leermiddelen worden de kennis van en de vaardigheid in de Nederlandse taal uitgebreid. Er wordt gebruik gemaakt van lesmethodes die ook in Nederland en Vlaanderen gangbaar zijn, dit betreft zowel boeken als het begruik van CD-roms en, steeds meer, computers. Alle leerlingen krijgen wekelijks huiswerk mee. Het is de bedoeling dat het huiswerk niet meer dan een half uur à drie kwartier per week in beslag neemt. Leerlingen krijgen ook regelmatig, liefst wekelijks een boek mee uit de ruime jeugdbibliotheek, die ieder jaar verder wordt uitgebreid. Er is een korte pauze tijdens de les.

   

VORDERINGEN VAN DE KINDEREN, RESULTATEN VAN HET BASISONDERWIJS


De ontwikkelingen en vorderingen van de kinderen worden regelmatig geobserveerd, getoetst en vastgelegd. De kinderen krijgen tweemaal per jaar een rapport mee naar huis (in februari en in juni). Dit rapport bevat o.a. de uitslag van de relevante onderdelen van de CITO-toetsen (d.w.z. de onderdelen die betrekking hebben op de Nederlandse taal). Voorafgaand worden de ouders uitgenodigd voor een gesprek van een kwartier met de leerkracht. Tijdens dit gesprek komen ook de andere aspecten aan bod die moeilijker te meten en in cijfers te vateen zijn. Dit zijn met name taalvaardigheid, woordenschat en algemene vorming. Hier is het vaak de leerkracht die evalueert of het onderwijs ook de beoogde resultaten oplevert.
Het afgelopen jaar waren er geen zittenblijvers en geen kinderen die versneld zijn doorgegaan. Voor kinderen die op een onderdeel achterstand hebben wordt door de leerkracht een “inhaalpakket” samengesteld. Waar mogelijk wordt getracht leerlingen in hetzelfde leerjaar te plaatsen als waar zij zich in hun gewone Franse school bevinden, ook als dit niveau wat betreft het nederlands niet helemaal aansluit. Dit wordt gedaan om de doorstroom naar het secundaire onderwijs eenvoudiger te maken.
Uit de resultaten van de eindtoetsen basisonderwijs groep 8 (6-ième) blijkt dat het gemiddelde niveau van alle leerlingen voldoende is, maar dat leeswoordenschat een zwakke schakel is. De leerlingen die naar Nederland of België terugkeren blijken in het algemeen geen problemen te hebben met het taalonderwijs.

 


SOCIALE EN CULTURELE DIMENSIE

Er wordt uiteraard in alle leerjaren aandacht besteed aan de Nederlandse en Belgische cultuur. Hoogtepunt daarbij vormt de jaarlijkse Sinterklaasviering waarvoor de kinderen het nodige voorbereiden en instuderen. De activiteiten vanwege de Kinderboekenweek en de lentewandeling dienen ook in dit kader gezien te worden. De data voor deze activiteiten kunt u terugvinden in de huiswerkmappen van de kinderen evenals de data voor het oudercontact.
Een jaarlijkse barbecue vindt plaats met de gehele sectie, om het schooljaar gezamenlijk af te sluiten.
Eveneens wordt aandacht besteed aan Nederlandse schooltelevisie en het jeugdjournaal. Er is ruimte om actualiteiten (zoals bijvoorbeeld verkiezingen) in de klas te bespreken. Voorts worden er diverse Nederlandstalige tijdschriften aangeboden, zoals De Wereldkrant, Zonneland, Bobo, Okki, Taptoe, De Kitskrant, Zo Zit Dat enz.


PRIORITEITEN BINNEN HET BASISONDERWIJS

Ter verbetering van het onderwijs het komende schooljaar krijgen de volgende punten bijzondere aandacht:
o verdere uitbreiding van het gebruik van computers (CD-roms en internet);
o harmonisatie van gebruikte lesmethode en werkwijze in de verschillende klassen;
o bijzondere aandacht voor uitbreiding van de woordenschat;
o individuele aandacht voor zwakkere leerlingen;
o aandacht voor Nederlandse en Vlaamse cultuur.

laatste update: 07 Oct 2009, Webmaster