Het Franse Voortgezet Onderwijs

Het VO begint in Frankrijk ruim een jaar eerder dan in Nederland en België, d.w.z. leerlingen beginnen in het (kalender)jaar waarin ze 11 worden.

COLLEGE

Dit is de onderbouw, het onderwijs beslaat 4 jaar.
Het Nederlandstalige onderwijs bedraagt 6 uur per week: 4 uur Nederlandse taal- en letterkunde en 2 uur aardrijkskunde en geschiedenis. Alle andere lessen worden in het Frans gegeven. De anderstalige leerlingen krijgen gescheiden van hun Franstalige klasgenoten les in algemene en Franse aardrijkskunde en geschiedenis. Dit vak wordt in het rooster aangeduid met BOI.

CLASSE 6-ième en 5-ième

In de 6-ième wordt de eerste vreemde taal gekozen, Langue vivante 1 (LV1). Voor de Nederlandstalige leerling is dit Engels of Duits. De overige vakken zijn: Frans, wiskunde, biologie, natuurkunde (5ème), BOI Frans. Lichamelijke opvoeding (EPS), tekenen, muziek en techniek worden gegeven indien het rooster dit toelaat.

CLASSE 4-ième en 3-ième

In de 4ème wordt een tweede vreemde taal gekozen, LV 2: Duits, Spaans, of Italiaans.
BREVET
Als afsluiting van het Collège wordt examen gedaan voor het :Brevet du Collège”. Dit is meer een bewijs van scholing dan een echt diploma. De leerlingen van de internationale secties leggen examen af voor het “Brevet à Option Internationale.
De examenonderdelen voor de Nederlandstalige leerlingen zijn: Frans, Wiskunde, aardrijkskunde/geschiedenis (gedeeltelijk in het Frans, gedeeltelijk in het Nederlands), Nederlands.
Ter voorbereiding op dit examen worden tijdens het leerjaar van de 3-ième proefexamens gehouden: het “brevet blanc”. Deels op basis van de behaalde cijfers in de 3-ième, wordt bepaald of een leerling geschikt is voor het Lycée of naar een andere vorm van onderwijs uit moet zien. Het behalen van het brevet is noch een voorwaarde, nog een garantie voor het automatisch overgaan naar het Lycée en staat dus los van de behaalde resultaten gedurende het jaar.


LYCEE

Dit is de bovenbouw, deze duurt 3 jaar.Het Nederlandstalige onderwijs bedraagt 7 uur per week. 4 uur Nederlandse taal- en letterunde, 3 uur aardrijkskunde en geschiedenis.

2nde

Dit leerjaar is oriënterend van aard. Het vakkenpakket bestaat verder uit: Frans, wiskunde, natuur/scheikunde, biologie, LV 1, LV 2, BOI Frans en lichamelijke opvoeding. Aan het eind van het jaar moeten de leerlingen hun eindexamenpakket kiezen, hun “série” voor het “Baccalauréat). Er zijn drie keuzemogelijkheden:
L = Littéraire
S = Scientifique
ES = Economique et Sociale

1ère en terminale

In beide leerjaren wordt de examenstof behandeld. Als voorbereiding op de Bac- examens worden er proefexamens gehouden: het Bac- Blanc. In de drie examenrichtingen heeft men de mogelijkheid tot het behalen van het “Baccalauréat à Option Internationale” (BOI). Men legt dan niet alleen examens af voor de vakken van het gekozen pakket, maar ook voor Nederlandse taal- en letterkunde en aardrijkskunde /geschiedenis in het Nederlands.
De examenonderdelen voor Nederlands zijn: taal- en letterkunde, schriftelijk en mondeling, en aardrijkskunde en geschiedenis, schriftelijk en mondeling over de stof die behandeld is tijdens de Franse en Nederlandse BOI-lessen. Dit onderdeel vervangt het Franse “histoire/géographie”examen.
De Nederlandse inspectie reikt voor de Nederlandstalige vakken een verklaring uit van gelijkstelling met het VWO- diploma.
In België is het Franse Bac gelijkgesteld met het diploma Voortgezet Onderwijs richting doorstroming (ASO).


BEGELEIDING VAN BUITENLANDSE KINDEREN IN DE SCHOOL

Voor leerlingen die het Frans niet of onvoldoende beheersen, bestaat er op het Collège en Lycée de mogelijkheid om intensieve lessen Frans te volgen: ”Français Langue Etrangère” (FLE).
Op het Collège is FLE over 4 niveaus verdeeld. In het begin van het schooljaar wordt d.m.v. een test bepaald op welk niveau een leerling wordt geplaatst. Gedurende het leerjaar kan een leerling doorstromen naar een hoger niveau. Voor de beginnelingen vervangt FLE bijna alle vakken (maximaal 12 uur per week); geleidelijk aan vermindert het aantal uren FLE en gaat de leerling meer lessen met zijn eigen klas volgen. Anderstalige leerlingen kunnen gedurende hun hele schoolloopbaan enkele uren FLE blijven volgen. Op het Lycée wordt FLE gegeven als ondersteuning. Het rooster wordt in overleg met de docent vastgesteld. Leerlingen die FLE volgen kunnen de D.E.L.F. examens afleggen (dit is een uit 6 modules opgebouwd diploma van het Franse ministerie van onderwijs dat internationaal erkend is als diploma Frans als buitenlandse taal).
Een zelfde regeling als voor FLE bestaat ook voor wiskunde: “Maths Spéciaaux”. Doel is de niet-Franssprekende leerlingen vertrouwd te maken met de wiskundige terminologie, om eventuele leemtes op te vullen en om hen te helpen met de stof van de lessen “normale” wiskunde. Ook dit rooster kan naar behoefte worden aangepast.
Leerlingen die slechts één jaar blijven, kunnen aan het eind van hun schooljaar een certificaat krijgen als bewijs van hun studie aan het Collège/Lycée.
Veel van onze leerlingen beschikken over een goede Engelse taalvaardigheid. Deze leerlingen kunnen vanaf 4-ième dit vak op een hoger niveau volgen (Anglais renforcé). Dit houdt in dat de leerling (nog)meer uren engels krijgt en deze veelal volgt in dezelfde klassen als leerlingen die Engels als moedertaal volgen.
Behalve Engels zijn de andere talen die op de school worden onderwezen Duits, Spaans, Italiaans, Zweeds en Russisch.


OVERIGE WETENSWAARDIGHEDEN COLLEGE/LYCEE

DE FRANSE CIJFERGEVING

Cijfers gaan van 0 tot 20. Een 10/20 is voldoende.
“CONSEIL DE CLASSE” (KLASSENRAAD): Ieder trimester vindt er voor iedere klas een “Conseil de Classe” plaats. Dit is een soort rapport-vergadering. Hieraan wordt deelgenomen door de betrokken leerkrachten, 2 leerlingvertegenwoordigers (élèves délégués), 2 oudervertegenwoordigers (parents délégués) en eventueel een “assistante sociale” en/of een “conseiller d’éducation/orientation”. De vergadering wordt voorgezeten door iemand van de directie of door de “professeur principal”. Tijdens de “Conseil de Classe” van het derde trimester wordt een advies gegeven van “overgaan” of “zittenblijven”. In de 6-ième en 4-ième kunnen ouders dit advies naast zich neerleggen, maar zij moeten dit wel onmiddellijk aan de directie meedelen. In de 5-ième en 3-ième is dit advies bindend: ouders kunnen hiertegen beroep aantekenen (“appel”), waarna door een commissie van beroep een beslissende uitspraak wordt gedaan.

“PARENTS DELEGUES”

In het begin van het schooljaar kunnen ouders zich kandidaat stellen als “parent délégué”. Idealiter zijn er per klas 4 oudervertegenwoordigers, 2 “titulaires” en 2 “suppléants”. Door de ouderverenigingen worden deze vertegenwoordigers ondersteund met richtlijnen en informatie. Van hen wordt verwacht dat zij deelnemen aan de “Conseils de Classe” en daarvan verslag uitbrengen aan de ouders. Zij vormen de verbinding tussen ouders, leraren en directie.


”CARNET DE CORRESPONDANCE” (of ook wel genoemd ‘carnet de liason’)

Iedere leerling beschikt hierover. Via dit boekje kunnen de ouders mededelingen ontvangen of doorgeven aan de leraren. Zij kunnen op die manier een onderhoud aanvragen met een docent.

laatste update: 15 Sep 2008, Webmaster